Start-upambassadeur Prins Constantijn gelooft dat Nederland het potentieel heeft om een ‘unicorn natie’ te worden

Start-upambassadeur Prins Constantijn gelooft dat Nederland het potentieel heeft om een ‘unicorn natie’ te worden

Even dreigde de Nederlandse Prins Constantijn ermee afstand te doen van zijn rol als start-upambassadeur. “Als je claimt het beste ecosysteem van Europa te willen worden, moet je daar ook naar handelen”, spaarde hij eerder dit jaar de kritiek op de eigen overheid niet. Zijn wakeup-call bleef niet zonder gevolg: het kabinet-Rutte trekt de komende vier jaar zomaar even 65 miljoen euro uit om start-ups te helpen opschalen en ook internationaal te laten meespelen. Een krachtig signaal dat Constantijn van Oranje-Nassau deed besluiten om nog minstens twee jaar door te gaan. Bloovi sprak met hem. “De ambitie moet zijn om jaarlijks gemiddeld twee unicorns in dit land te doen opstaan”, zegt hij met hernieuwde moed.

“Door een paar kritische noten te kraken, heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen. Goed dat men daar ook heeft naar geluisterd.” We krijgen een strijdvaardige maar vooral ook goedgeluimde Prins Constantijn aan de lijn. Exact drie jaar geleden nam hij de functie van start-upambassadeur voor het eerst op. Dat doet hij als speciale gezant van StartupDelta, wat een initiatief is van het Ministerie van Economische Zaken met als doel een ondernemersvriendelijk klimaat te scheppen waarin startende techbedrijven van eigen bodem maximaal kunnen floreren.

Toen Constantijn in juli 2016 bij StartUpDelta de fakkel overnam van oud-eurocommissaris Neelie Kroes, voor wie hij jarenlang werkte in Brussel, was dat met bijzonder veel goesting. Die honger is er vandaag nog altijd, maar gaandeweg namen ook de frustraties toe. Even dreigde de start-upambassadeur er zelfs mee de handdoek in de ring te gooien, maar zover kwam het dus niet. Vandaag klinkt hij alweer even enthousiast als drie jaar geleden.

Beleidsmakers wakker geschud

Put your money where your mouth is. De harde kritiek die Constantijn begin dit jaar via de media ventileerde, kwam er uiteraard niet zomaar. De jongste broer van Koning Willem-Alexander staat bekend als iemand die vooruit wil, die snelheid wil maken, maar kreeg niet altijd het gevoel dat de beleidsmakers in Nederland hem daarin volgden. “Ik geloof zelf ook dat Nederland kan uitgroeien tot het beste start-upecosysteem in Europa. Maar dan moet er nog wel wat gebeuren. Laten we onszelf vooral niet rijk rekenen, we moeten juist heel hard aan de bak.”

“Op de vraag of ik mijn aflopend contract als special envoy bij StartupDelta zou verlengen, heb ik duidelijk geantwoord niet op dezelfde manier te willen doorgaan. Er dienden eerst een paar fundamentele zaken grondig te worden aangepakt. Wat ga je als land doen op vlak van fiscaliteit? Met welke visumregeling ga je internationaal talent aantrekken? Hoe zorg je ervoor dat het voor buitenlandse fondsen makkelijker wordt om hier te investeren? En zo zijn er wel meer cruciale vragen die jarenlang onbeantwoord bleven.”

Ik heb mijn onderhandelingspositie maximaal proberen uitspelen, omdat het voor het hele start-upklimaat in dit land, maar ook voor de innovatiekracht van Nederland, ontzettend belangrijk was dat ook de politieke verantwoordelijken en beleidsmakers mee zouden helpen om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren.”

Prins krijgt zijn zin

Met een veel grotere rol voor StartupDelta, inmiddels herdoopt tot TechLeap.NL, gekoppeld aan extra financiële middelen en een ambitieus groeiprogramma, kon het kabinet-Rutte in ieder geval geen krachtiger signaal geven. Prins Constantijn toont zich tevreden: “Dat alle partijen eindelijk de urgentie begrijpen waarom we enkele versnellingen hoger moeten schakelen om die ambitie waar te maken, geeft mij het vertrouwen dat ik zocht om er zelf ook mee door te gaan. De financiële steunmaatregelen zijn niet enkel toegenomen, deze zullen nu ook veel strategischer worden ingezet.”

Dat alle partijen eindelijk de urgentie begrijpen waarom we enkele versnellingen hoger moeten schakelen om die ambitie waar te maken, geeft mij het vertrouwen dat ik zocht om er zelf ook mee door te gaan

De Nederlandse overheid trekt 65 miljoen euro uit, een bedrag dat het de komende vier jaar wil investeren in een goed doordacht start-up- en scale-upbeleid. Daarvan is 50 miljoen euro voorzien voor het nieuwe groeiprogramma van TechLeap.NL. De overige 15 miljoen euro gaat naar andere (versoepelende) maatregelen die een klimaat moeten scheppen waarin Nederlandse start-ups goed kunnen gedijen. Ter vergelijking: de afgelopen jaren moest StartupDelta het stellen met een totale subsidie van circa 4,5 miljoen euro. En zo krijgt Constantijn nu zijn zin, wat maakt dat hij er minstens twee jaar mee wil doorgaan, met een optie voor nog eens twee jaar.

Start-up makelaar

TechLeap.NL, dat nu een team van 12 mensen heeft en wil groeien naar een team van circa 45 medewerkers, is voor alle duidelijkheid geen investeringsfonds. “We gaan het geld voornamelijk gebruiken om ons ecosysteem te versterken”, verduidelijkt Constantijn. “Dankzij ons nationaal groeiprogramma zullen jaarlijkse 50 jonge technologiebedrijven van eigen bodem toegang krijgen tot kapitaal, talent en potentiële klanten. Daarnaast willen we al deze start-ups veel beter in kaart brengen, alsook sterkere relaties met hen uitbouwen om ze als een soort start-up makelaar te koppelen aan ondernemers die al veel meer ervaring en een uitgebreid netwerk hebben.”

Want, zo meent de prins, het start-upbeleid in Nederland is nog te veel versnipperd. “Ik mis een gemeenschappelijke ambitie”, liet hij zich in interviews al een paar keer ontvallen. “StartupDelta heeft er de voorbije jaren mee voor gezorgd dat het strategisch belang van technologische innovatie en het feit dat start-ups daar de motoren van zijn, algemeen erkend wordt. In politieke kringen maar ook daarbuiten. Je merkt nu dat er veel meer samenhang is tussen de verschillende partijen, dat ze elkaar ook goed beginnen kennen waardoor er spontaan kennis en ideeën worden uitgewisseld. Daar waar het voordien allemaal losse eilandjes waren en eenieder vanuit zijn eigen, kleine wereld dacht.”

Je hebt best veel mensen die bereid zijn om wat te doen voor ondernemers, maar dat gebeurt dan uiteindelijk niet omdat het niet goed gefaciliteerd wordt

Een bruggenbouwer wil hij zichzelf niet noemen. “Het belangrijkste is dat er aan beide kanten van de brug zinvolle activiteiten plaatsvinden en dat er er een open, collaboratieve cultuur ontstaat waardoor mensen elkaar steeds beter weten te vinden. Dat zijn zaken die je eigenlijk niet kan manipuleren, maar waarvan je hoopt dat ze tot spontaan stand komen. Want vaak bestaan die netwerken al, maar worden ze te weinig benut. Je hebt best veel mensen die bereid zijn om wat te doen voor ondernemers, maar dat gebeurt dan uiteindelijk niet omdat het niet goed gefaciliteerd wordt.”

Kerktorenmentaliteit

Niettemin de beschikbaarheid van extern kapitaal de laatste jaren in Nederland sterk toenam, blijft het in bepaalde levensfases van een onderneming lastig om de nodige financiering te vinden, beseft Constantijn. “Wat we de afgelopen jaren met StartupDelta hebben gedaan, is Nederlandse ondernemers maar ook investeerders in contact brengen met internationale netwerken. Waardoor die veel meer verbonden zijn met wat er in Scandinavië, Londen, Parijs of Berlijn, Tel Aviv of zelfs Singapore aan het gebeuren is.”

De Prins wijst ons op het feit dat start-ups vaak klagen dat er geen geld voorhanden is, en dat veel investeerders vinden dat er geen goede deals te maken zijn. “De waarheid ligt ergens in het midden. Wat je wel hebt, is dat Nederlandse ondernemers vaak te klein denken waardoor investeerders afhaken.”

Veel ondernemers staren zich blind op de technologie en verliezen daardoor al te makkelijk de rest uit het oog

“In de VS heb je een omgekeerd mechanisme waarbij investeerders start-ups aanjagen om juist groter te denken en sneller te internationaliseren. En meteen ook goed na te denken over hoe je binnen een paar jaar een financieringsronde van een paar honderd miljoen kan houden. Daar waar men in Nederland de reflex heeft om eerst enkel de binnenlandse markt te bedienen en pas dan over de landsgrenzen heen te kijken.”

“Terwijl als je sneller internationaal denkt, kan je met quasi dezelfde inspanningen veel sneller groeien. Vaak heeft dat te maken met de keuze van je businessmodel, waar je je wenst te positioneren in de waardeketen, hoe je de waarde die je creëert te gelde gaat maken,... Ik stel vast dat dat soort cruciale vragen nog te vaak ondergeschikt is aan hoe briljant een bepaalde tool of app wel is. Veel ondernemers staren zich blind op de technologie en verliezen daardoor al te makkelijk de rest uit het oog.”

Voor Nederlandse ondernemers blijft dat internationaal denken toch behoorlijk lastig, dat zit gewoon niet ingebakken in onze start-upcultuur. Nochtans helpt het om snel te kunnen schalen

“Gezien de beperkte omvang van onze markt is het voor Nederlandse start-ups uitermate belangrijk dat ze al in een vroeg stadium buiten de eigen landsgrenzen actief zijn. Het is bewezen dat bedrijven met een sterk internationaal netwerk daadwerkelijk sneller groeien”, stelt de start-upambassadeur.

En wij maar denken dat die kerktorenmentaliteit typisch Vlaams of Belgisch is. “Neen hoor, je ziet het echt overal. Behalve in heel grote markten zoals de VS of China. Uitzondering op die regel is Israël, omdat daar per definitie bijna geen lokale markt is waardoor lokale start-ups bijgevolg verplicht zijn om vanaf dag één internationaal te denken. Die beginnen bijna from scratch met een kantoor in Amerika. Maar voor Nederland blijft dat internationaal denken toch behoorlijk lastig, merk ik, dat zit gewoon niet ingebakken in onze start-upcultuur. Nochtans helpt het om snel te kunnen schalen.”

Naar het voorbeeld van Leuven

“Waar we als Nederlands ecosysteem nog verder in kunnen groeien, is het professionaliseren van het tech transfer systeem in universiteiten”, ziet Constantijn nog een verbeterpunt. “Er is best nog vrij veel weerstand binnen de universitaire wereld om dat te gaan omarmen. Nochtans kunnen zij hun kennis verzilveren door een omgeving te stimuleren waarin innovaties via spin-offs naar de markt worden gebracht.”

Goede voorbeelden vind je in Leuven, Tel Aviv, Stanford of Toronto, maar door de bugettering en academische cultuur is dat in Nederland nog niet goed geregeld. De bewustwording neemt toe, maar we hebben nog een lange weg te gaan om ook start-ups die in de schoot van een universiteit zijn ontstaan te kunnen opschalen tot relevante, duurzame bedrijven.”

“Daarnaast zie ik nog te weinig corporate venturing in dit land. De Nederlandse corporate venture capital-markt mag dan wel groeien, het meeste geld - bijna 80% - gaat naar buitenlandse start-ups. Er wordt met andere woorden vanuit de bedrijfswereld veel te weinig geïnvesteerd in de lokale talent pool. Daarin lopen we duidelijk achter op de rest van Europa.”

Al jaren moedig ik pensioenfondsen aan op veel grotere schaal te investeren in jonge start-ups. Dat is voor mij echt de holy grail. Stel dat zij 1% in venture capital zouden pompen, dan zou dat voor Nederland een gigantische kapitaalboost betekenen, zoals bijvoorbeeld in Scandinavië gebeurt.”

Startup Europe Leaders Club

“Soms vraag ik me af waaraan ik dit mandaat verdiend heb”, klinkt de Prins bijna ontwapenend oprecht. “De hele tijd kom ik in contact met ondernemers die fantastische dingen realiseren, die ik zelf nooit heb gedaan. Anderzijds hoef ik helemaal geen bedrijf op te starten om mij verdienstelijk te maken. Wat van mij wordt verwacht, is dat ik die verschillende werelden met elkaar verbind, dat ik verbanden zie en naga welke toegevoegde waarde mensen of bedrijven elkaar kunnen bieden. Waar zitten de win-wins voor tech ondernemers, daar ligt mijn grootste focus. En ik moet zeggen: die verbindende rol ligt mij wel.”

“In de periode dat ik kabinetschef werd van Neelie Kroes, die toen Europees Commissaris voor Digitale Agenda was, werkten wij heel nauw samen met start-ups die een soort natuurlijke ambassadeurs waren van een technologische revolutie die wij wel zagen maar veel anderen niet. Of in ieder geval onvoldoende. Op dat moment waren internet en technologie voor de meeste beleidsmakers niet meer dan een deel van de economie. Terwijl technologische start-ups en scale-ups echt wel het verschil maken. Ze zijn de motoren van onze economie. Bovendien zetten ze bestaande bedrijven op scherp zodat ook zij blijven vernieuwen.”

“Samen met de founders van onder meer Spotify, Rovio Entertainment en Skype hebben we toen de ‘Startup Europe Leaders Club’ opgericht, als bewijs dat het ook in Europa mogelijk is sterke hightech bedrijven op te zetten.”

Geen koninklijke functie

“Mijn titel van prins helpt zeker, maar als dat vanuit een soort van koninklijke activiteit zou benaderd worden, zou ik het niet kunnen en ook niet willen doen. Omdat er dan allerhande protocollen aan te pas komen en ik bijvoorbeeld in de media niet vrijuit zou kunnen spreken. Het zou mij beperken in mijn rol, wat nu zeker niet het geval is. Heel eerlijk, ik blijf het lastig vinden om die koninklijke kaart te trekken maar als ik daarmee jonge, ambitieuze ondernemers vooruit kan helpen, doe ik het met veel plezier.”

Mijn titel van prins helpt zeker, maar als dat vanuit een soort van koninklijke activiteit zou benaderd worden, zou ik het niet kunnen en ook niet willen doen

“Ik denk dat mijn prinselijke titel vooral in het buitenland deuren opent, terwijl dat in eigen land zorgt voor een zekere objectivering van mijn belangen: iedereen weet dat ik dit niet doe uit eigenbelang, maar ten dienste van het algemeen belang. Dat maakt het voor mij net iets makkelijker om organisaties met elkaar te verbinden of op z’n minst rond te tafel te krijgen.”

Eentje is geentje

Hij heeft er goede hoop op dat er vanaf 2020 elk jaar minstens twee namen aan het lijstje met Nederlandse ‘unicorns’ zullen worden toegevoegd. “In Israël en Zweden lukt dat, dus waarom zou het bij ons niet kunnen? Ik kan makkelijk een twintigtal bedrijven bedenken die daarvoor het potentieel hebben”, zegt Prins Constantijn zelfverzekerd.

“Als je zo’n unicorn ziet opstaan, is dat een zichtbaar eindproduct en geeft dat TechLeap.NL als organisatie een bestaansreden, ook al bouwen wij die niet zelf en zullen we dat nooit claimen. Waar het om gaat, is dat we de factoren in Nederland zodanig op orde hebben dat er in dit land een klimaat ontstaat waar unicorns heel makkelijk tot stand kunnen komen en ambitieuze ondernemers goed gedijen.”

Connecteer met 28.296 abonnees
Schrijf u in voor onze wekelijkse nieuwsbrief