Ons onderwijs is de afgelopen maanden moeten afwijken van haar klassieke pad. Van de ene op de andere dag hebben leerkrachten en directies zich door COVID-19 moeten aanpassen aan afstandsonderwijs. Online leren maakt dan weer dat scholen grote stappen zetten op vlak van digitalisering. Leggen we hiermee de eerste stenen voor het fameuze ‘onderwijs van de toekomst’ of is daar toch meer voor nodig? “Digitalisering helpt zeker maar het is ook niet de heilige graal”, zegt Saskia Vandeputte van Schoolmakers, een coöperatieve vennootschap die leer- en veranderprocessen in scholen begeleidt. “Een lerende organisatie, een school die uit zichzelf en van zichzelf leert, dàt is de toekomst.”

Bij Schoolmakers geloven ze niet in één model voor het onderwijs van de toekomst. “De kracht zit ’m net in variatie”, zegt Vandeputte die stichtend vennoot is. “Natuurlijk moet die variatie passen binnen bepaalde muren die door wetenschappelijke bouwstenen gevormd zijn, maar binnen die grenzen moet er voldoende vrijheid zijn.”

Hoe gaat het met jou?

We mogen ons niet vastpinnen aan één soort onderwijs, vindt Vandeputte. Toch zijn er een aantal pijlers die haar eigen toekomstbeeld vormen In de eerste plaats is er natuurlijk de digitalisering. “Niet de heilige graal, nee, al moet ik wel benadrukken hoe belangrijk het is om dat digitale aspect voort te zetten in scholen. Met de juiste online tools creëer je immers meer efficiëntie, meer leerwinst. Dat zorgt ook voor wat meer mentale ruimte bij zowel leerkrachten als leerlingen, en dus meer tijd om te focussen op hoe de lessen worden aangepakt. Het helpt om weer wat meer mens te zijn.”

Volgens Saskia Vandeputte moeten digitale tools dan ook zoveel mogelijk ingezet worden, maar enkel op de vlakken waar die technologie ook sterker is dan de mens. “Het heeft geen zin om te concurreren met sommige systemen. Artificieel intelligente software kan nu eenmaal beter en sneller in data verzamelen en bepaalde patronen zien. Op basis van wat juist of fout is, kan het een adaptief leerpad maken. Daar kunnen wij als mens niet tegenop.”

We moeten onze tijd steken in die systemen naar onze hand te zetten én in waar we als mens goed in zijn. Een leerkracht kan nog altijd best van al passie voor zijn vak doorgeven aan de leerlingen, en de samenhang in zijn vakgebied laten zien. Of vragen aan een kind ‘hoe gaat het met jou vandaag?’ en dan ook vol empathie reageren op het antwoord.”

Saskia Vandeputte

Digital meets human

Een gebalanceerde combinatie van digital en human, dus. Maar er is meer voor Vandeputte: “In een ideaal scenario voor de toekomst is een school ook echt een lerende organisatie, en wordt er samen met de directie nagedacht over hoe ze best kunnen ‘school maken’. Daarvoor moet je structuren en gewoontes durven doorbreken en daar ook echt ruimte voor maken. Met andere woorden: hoe kunnen schoolorganisatie in hun weekroosters tijd voorzien voor leerkrachten om samen aan iets te werken? Nu vervult elke leerkracht veel rollen, maar hoe kunnen we onze sterktes als team beter inzetten? Denk aan materiaal ontwikkelen, leerlingen begeleiden, projecten opzetten, ... ?”

“In het onderwijs van de toekomst zal er wat mij betreft dus meer gereflecteerd worden. Niet alleen op individueel niveau, maar ook als groep leerkrachten. Op die manier kan een school als organisatie echt naar een hoger niveau gebracht worden. Een school die uit zichzelf en van zichzelf leert, die nog beter doet wat haar te doen staat, dat is de toekomst.”

Een plek van socialisatie

Zullen de komende generaties kinderen hun lessen voltijds van thuis doorlopen? Zullen ze kunnen kiezen op welk moment ze welke les volgen? Zullen er überhaupt nog schoolgebouwen zijn? Die eerste twee vragen laat Vandeputte in het midden - de kracht van variatie, weet je nog - maar van dat laatste is ze rotsvast overtuigd: “We zullen altijd een plek hebben waar leerlingen zich sociaal kunnen uitleven. Schoolgebouwen kunnen er heel divers uitzien in de toekomst, zolang er ruimte is om samen dingen te beleven”, zegt ze. “Een school is en blijft een plaats waar mensen worden gevormd. Het is een plek van socialisatie, van leren omgaan met anderen en met nieuwe situaties.”

We zullen altijd een plek hebben waar leerlingen zich sociaal kunnen uitleven. Hoe die schoolgebouwen er in de toekomst uitzien maakt weinig uit, zolang er ruimte is om samen dingen te beleven

Kinderen leren er ruziemaken met elkaar, maar leren het ook bijleggen. Jongeren delen hun ervaringen met leeftijdsgenoten over een moeilijk examen of dat het uit is met hun lief. Het zit ’m vaak in de kleine dingen, maar het zijn net die zaken die nodig zijn in een socialisatieproces. En een wezenlijk gesprek voeren is nu eenmaal makkelijker face-to-face dan via een scherm.

“Heb je al eens geprobeerd om ruzie te maken via Zoom of Teams? Niet gemakkelijk hé, en ook weinig constructief”, lacht Vandeputte. “Hoe handig die tools ook zijn, de afgelopen maanden is wel duidelijk geworden dat ze de school als vrijplaats, als tussenruimte, belangrijk blijft. Dat kan je niet volledig vervangen met een digitale wereld.”

$

Het speelveld ligt open

Een lerende organisatie vormen, kinderen sociaal blijven stimuleren, een balans vinden tussen het digitale en het menselijke: volgens Vandeputte zijn dat de bouwstenen van het onderwijs van de toekomst. Om daar te geraken, zal het beleid moeten helpen. “Het is aan de overheid om impactvolle en innovatieve onderwijsvormen te stimuleren en aan te moedigen. Het beleid kan onderwijsinnovatie van onderuit stimuleren, zonder het handje van scholen vast te houden en alles vast te timmeren. Inspelen op innovatie in het onderwijs en sturen op bepaalde belangrijke criteria is een must als we mee willen zijn.”

Het is aan de overheid om impactvolle en innovatieve onderwijsvormen te stimuleren en aan te moedigen. Niet door het handje van die scholen vast te houden, maar net door hen vrijheid te geven tot ze een aantal vastgelegde minimumdoelen respecteren

Anderzijds pleit ze ook voor creativiteit vanuit de scholen zelf. “Tot voor de coronacrisis beseften nog te weinig scholen dat ze best veel vrijheden krijgen in hoe ze het aanpakken”, zegt Vandeputte. “De huidige crisis heeft daar verandering in gebracht. Veel directies en leerkrachten werken hard om nieuwe manieren van lesgeven vorm te geven, om het anders te doen, om de ruimte die er is anders te benutten.”

“Nog niet elke school is daar nu aan toe, dat besef ik. Heel wat onder hen proberen op dit moment gewoon de coronacrisis zo goed mogelijk door te komen en daar kan je alleen maar begrip voor hebben. Maar voor elke school is het wel goed om te weten dat het speelveld openligt, dat de mogelijkheden er zijn.”

Van elkaar leren

Ondanks de moeilijke periode waar onderwijsinstellingen nu in zitten, ziet Saskia Vandeputte het positief in voor de toekomst. “Ik ben principieel optimistisch in het leven”, lacht ze. “Voor mij is er geen andere weg. Als we bewuste keuzes maken op vlak van digitalisering, als we onze leerlingen blijven uitdagen en ondersteunen in hun leren en hun socialiseren, maar ook onze leerkrachten meer leerruimte geven én daarbovenop een sterk leiderschap hebben in de scholen, dan geraken we er wel.”

“Bij Schoolmakers helpen we elke dag scholen veranderen en verbeteren, en geloof me: we zien mooie dingen gebeuren. Door mensen samen te brengen die van elkaar kunnen leren, kan je veel verwezenlijken.”