
Deel dit artikel
Werknemers die naar kantoor pendelen om daar vervolgens de hele dag in zoom-calls te zitten is een herkenbaar beeld dat de kern van het probleem blootlegt. Aanwezig zijn op kantoor betekent nog niet dat er ook samengewerkt wordt.
De juiste balans vinden in hybride werken blijft dé managementvraag van dit moment, maar de slinger beweegt opnieuw richting kantoor. Hybride werken blijft de norm, maar steeds meer bedrijven verhogen in 2026 het aantal verplichte kantoordagen, en velen mikken zelfs op volledige aanwezigheid.
Deze fase van heruitvinding is ongemakkelijk en zit vol theorieën en experimenten over welke werkmodellen en fysieke ruimtes het best werken. Sommige bedrijven schrappen open kantoorruimtes ten voordele van eigen kantoren en afgesloten werkplekken. Andere bouwen hun kantoren om tot samenwerkingscentra zonder individuele werkplekken.
Veel van die experimenten nemen de vorm aan van verplichtingen die van bovenaf worden opgelegd, met het risico dat ze het slechtste van twee werelden combineren: het ongemak van fysiek aanwezig zijn én het isolement van thuiswerken. Bovendien doen werkgevers weinig om de terugkeer aantrekkelijk te maken: slechts 28% van de bedrijven biedt enige vorm van stimulans om werknemers terug naar kantoor te halen.
De bedrijven die het slimst omgaan met deze overgang kijken naar hoe medewerkers hun kantoor effectief gebruiken en passen de ruimte daarop aan. Meer vergaderzalen waar nodig, meer bureaus waar dat beter werkt. Flexibiliteit is daarbij geen zwaktebod, maar een bewuste keuze.
Hybride werken bevindt zich nog in een experimentele fase. Niemand weet al precies hoe de ideale werkplek eruitziet, en bedrijven proberen uiteenlopende, soms tegengestelde oplossingen.