
Deel dit artikel
Gepersonaliseerde nummerplaten brengen elk jaar miljoenen op voor de federale overheid. Tot eind augustus reikte de FOD Mobiliteit dit jaar al 8.000 exemplaren uit, goed voor 8 miljoen euro. Dat komt neer op gemiddeld 1 miljoen euro per maand. Als dat tempo aanhoudt, komt het record van vorig jaar in zicht: in 2025 leverden 12.000 platen samen 12 miljoen euro op.
Het verdienmodel is eenvoudig. Sinds 2014 kan iedereen een eigen combinatie kiezen voor 1.000 euro. Die opbrengst gaat volledig naar de federale schatkist. Er zijn wel regels: je mag maximaal acht letters of cijfers gebruiken, en beledigende, discriminerende, racistische of politieke boodschappen zijn verboden. Dat houdt de vraag niet tegen. Op onze wegen rijden onder meer 'Furious', 'Move on' en 'AlloAllo' rond. De overheid wil er nog meer uit halen. In het regeerakkoord staat dat de prijs geïndexeerd moet worden. Het kabinet van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) onderzoekt nog hoe dat juridisch en praktisch moet. Te hard aan de prijs draaien is wel riskant. In 2015 verdubbelde de prijs naar 2.000 euro, maar daarna daalde het aantal aanvragen sterk. Een beperkte indexering lijkt daarom de veiligste keuze om de inkomsten op peil te houden.
Vanaf oktober kan de overheid ook harder optreden tegen controversiële platen. Een nieuw koninklijk besluit bepaalt dat de eigenaar eerst gevraagd wordt om zijn plaat gratis aan te passen of er vrijwillig afstand van te doen. Weigert hij, dan kan de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) de plaat ambtshalve schrappen.